Naar hoofdinhoud

aftrekposten

Lijfrente en pensioenopbouw

Pensioen opbouwen via lijfrente: jaarruimte, reserveringsruimte en aftrek.

Bouwt u via uw werkgever te weinig pensioen op, of bent u ondernemer zonder werkgeverspensioen? Dan kunt u zelf aanvullend pensioen opbouwen via een lijfrente. De premie is onder voorwaarden aftrekbaar in box 1. Later, in de uitkeringsfase, is de uitkering belast — meestal tegen een lager tarief, wat per saldo belastingvoordeel oplevert.

Wat is een lijfrente?

Een lijfrente is een verzekerings- of bankspaarproduct waarbij u nu inlegt en op een later moment periodieke uitkeringen ontvangt. Er bestaan verschillende fiscale vormen: de oudedagslijfrente (uitkeringen voor uzelf vanaf pensioenleeftijd), de nabestaandenlijfrente (uitkeringen voor uw partner of kinderen na uw overlijden) en de tijdelijke oudedagslijfrente. Voor alle vormen gelden de fiscale aftrekregels van art. 3.124 tot en met 3.131 Wet IB 2001.

Wanneer is aftrek toegestaan?

Lijfrentepremies zijn alleen aftrekbaar bij een aantoonbaar pensioentekort. Daarom wordt eerst gekeken naar wat u al opbouwt via uw werkgever (de factor A in uw uniforme pensioenoverzicht). Wat u boven die opbouw nog mag aftrekken, heet de jaarruimte; daarnaast bestaat de reserveringsruimte voor het inhalen van eerdere jaren.

Jaarruimte berekenen

De jaarruimte (art. 3.127 lid 1 Wet IB 2001) bedraagt een percentage van uw premiegrondslag, minus een vermindering voor reeds opgebouwd werkgeverspensioen. De premiegrondslag bestaat uit uw inkomen uit werk en woning (loon, winst, resultaat uit overige werkzaamheden, periodieke uitkeringen) tot een wettelijk maximum, verminderd met een franchise van € 18.475 (2025). Het maximuminkomen waarover jaarruimte mogelijk is, bedraagt € 137.800 (2025). Heeft u geen werkgeverspensioen, dan is uw jaarruimte aanzienlijk hoger.

Pensioenimputatie en de Wtp

De vermindering voor werkgeverspensioen verloopt via de zogenoemde pensioenimputatie. Onder het oude regime is dat 6,27 × factor A. Voor pensioenregelingen die al onder de Wet toekomst pensioenen vallen, komen de feitelijk betaalde premies direct in mindering op een percentage van de premiegrondslag. De overgang naar de Wtp loopt nog meerdere jaren door, dus per regeling kan de berekening verschillen.

Reserveringsruimte: ongebruikte jaren inhalen

Heeft u in de afgelopen tien jaar minder lijfrentepremie afgetrokken dan uw jaarruimte toeliet? Dan kunt u die niet-benutte ruimte alsnog gebruiken via de reserveringsruimte (art. 3.127 lid 2 Wet IB 2001). De totale reserveringsruimte is gemaximeerd, maar voor wie in de buurt van de AOW-leeftijd zit gelden ruimere grenzen. Wij berekenen voor u welke ruimte u feitelijk heeft.

Wet toekomst pensioenen: meer aftrekruimte

Met de Wet toekomst pensioenen is de fiscale aftrekruimte voor lijfrente per 2023 verruimd. Het premiepercentage is verhoogd en ook de termijn voor de reserveringsruimte is verruimd. Daarmee biedt lijfrente nu meer mogelijkheden, met name voor zzp'ers, dga's en werknemers met een beperkt werkgeverspensioen.

Tijdstip van betaling

Lijfrentepremies zijn aftrekbaar in het jaar waarin u ze daadwerkelijk betaalt of verrekent (art. 3.130 Wet IB 2001). Een schuldig gebleven premie is niet aftrekbaar. Voor premies betaald tot 1 april kunt u meestal nog kiezen om ze over het voorgaande jaar af te trekken.

Koopsom of periodiek?

U kunt jaarlijks premies betalen, maar ook een eenmalige koopsom storten. Voor de aftrek maakt dat niet uit, zolang u binnen de jaarruimte en reserveringsruimte blijft. Een koopsom is praktisch wanneer u bijvoorbeeld stakingswinst, bonus of erfenis fiscaal wilt parkeren.

Omzetten van stakingswinst en oudedagsreserve

Stopt u met uw onderneming? Dan kunt u stakingswinst en de opgebouwde oudedagsreserve (FOR) omzetten in een lijfrente (art. 3.128 en 3.129 Wet IB 2001). De maximumbedragen voor deze omzettingen liggen hoger dan de gewone jaarruimte en zijn leeftijdsafhankelijk. Voor ondernemers is dit een belangrijke fiscale planningsmogelijkheid bij staking of bedrijfsopvolging.

Uitkeringsfase

In de uitkeringsfase is de lijfrente belast als inkomen in box 1. Doordat veel mensen in de pensioenfase een lager tarief hebben dan tijdens hun werkzame leven, levert de combinatie van aftrek nu en heffing later netto belastingvoordeel op. Daarbij komt dat het opgebouwde lijfrentekapitaal in de opbouwfase niet in box 3 valt.

Voorwaarden uitkering

De uitkeringen moeten aan strikte voorwaarden voldoen wat betreft startdatum, duur en hoogte. Wordt aan de voorwaarden niet voldaan, dan volgt een revisierente bovenop de gewone heffing. Onze adviseurs controleren uw lijfrentecontract en de uitvoering daarvan, en zorgen voor de juiste verwerking in uw aangifte.

Hulp nodig?

Onze adviseurs helpen u graag verder.